Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1337.
a) Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever bij de redactie van art. 6:106 BW voor ogen stond dat de rechter grote vrijheid zou hebben bij de begroting van immateriële schade. Hij diende daarbij rekening te houden met alle omstandigheden van het geval. Het oorspronkelijke ontwerp van art. 6.1.9.11 (thans art. 6:106) luidde (zie Parl. Gesch. Boek 6, p. 377):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d45b5a2cabca0020df42944ab15da0462da4681e4e42f509f52afe16b1bafda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d45b5a2cabca0020df42944ab15da0462da4681e4e42f509f52afe16b1bafda, en de alinea staat in dat document op bytes 9224 tot 9613.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d45b5a2cabca0020df42944ab15da0462da4681e4e42f509f52afe16b1bafda | shasum -a 256