Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

3.21 In gevallen als de onderhavige (vermogensmisdrijven in dienstverband) is de opzet van de werknemer er op gericht dat zijn of haar daden onbekend blijven. Daarin ligt besloten dat de kans bestaat dat deze daden eerst veel later worden ontdekt. Het moge zijn dat een werknemer daardoor in bewijsproblemen kan geraken, hij heeft dat over zich zelf afgeroepen. Reeds vele eeuwen zijn wij - helaas met name als juristen - vertrouwd met de aansprekende gedachte dat iemand niet de vruchten van zijn eigen slechtheid moet kunnen plukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 45141 tot 45690.