Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 123 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

3.32 Het betoog dat [eiseres] ingang wil doen vinden oefent al aanstonds weinig aantrekkingskracht uit. Personen die zich in het verborgene schuldig maken aan vermogensrechtelijke delicten doen dat, als gezegd, met de bedoeling dat hun daden niet worden ontdekt. Ze zullen het veelal zo aanleggen dat hun misdragingen ook niet op eenvoudige wijze aan het licht kúnnen komen. Het honoreren van het verweer van [eiseres] komt er daarom per saldo op neer dat de weg wordt vrijgemaakt voor daden die achterwege behoren te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 51307 tot 51847.