Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 130 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

3.37 In de doctrine lopen de opvattingen enigszins uiteen. We vinden daar de gedachte dat sprake moet zijn van een specifieke verdenking jegens een werknemer(34) of dat via een verborgen videocamera verkregen gegevens over werknemers slechts in uitzonderlijke gevallen als bewijsmiddel aanvaardbaar zijn.(35)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 54046 tot 54367.