Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 133 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

3.39.2 Vooropgesteld zij dat de bepalingen dier wet in essentie zien op misdrijven. In sommige gevallen is een nadere beperking aangebracht tot (voorzover hier van belang) verduistering (art. 321 Sr.; voorzover in dienstbetrekking begaan geregeld in art. 322 Sr.); zulks omdat telkens sprake is van verdenking van misdrijven als bedoeld in art. 67 Sv; zie lid 1 onder a en b.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 54823 tot 55211.