Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Alinea 143 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.
3.47 Zelfs als de opvatting van de onderdelen 5 en 6 in essentie juist zou zijn, zou dat [eiseres] niet kunnen baten. Voor het zonder toestemming of medeweten van de betrokkene opgenomen telefoongesprekken heeft Uw Raad geoordeeld dat in beginsel niet kan worden gezegd dat deze niet als bewijsmiddel mogen dienen.(40) Ik zou menen dat hetzelfde geldt voor opnamen door een camera, zeker wanneer het - zoals in casu - gaat om opnamen die de privésfeer niet of nauwelijks raken.(41)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 58342 tot 58839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd | shasum -a 256