Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

2.2 Aan haar vordering heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat [verweerster] geen dringende reden heeft aangevoerd die het haar gegeven ontslag op staande voet kan rechtvaardigen. Zij ontkende uitdrukkelijk dat zij op 2 oktober 1995 verkopen niet heeft aangeslagen op de kassa en geld heeft verduisterd. Aan diefstal of verduistering heeft [eiseres] zich nooit schuldig gemaakt (dagvaarding onder 3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 8084 tot 8498.