Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

2.14 [Eiseres] acht het onaannemelijk dat [verweerster] pas in februari 1996 heeft geconstateerd dat [eiseres] zich op 2 oktober 1995 schuldig zou hebben gemaakt aan verduistering. In het kader van de ontslagprocedure van T. heeft [verweerster] de banden reeds meerdere malen bekeken en door pas maanden na het bekijken ervan [eiseres] op staande voet te ontslaan is geen sprake van een onverwijlde mededeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 13445 tot 13868.