Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.
2.20 De verdere beoordeling van het geschil heeft de Kantonrechter in de sleutel van de onverwijldheid van art. 7:677 lid 1 BW geplaatst. De kern van de overwegingen van de Kantonrechter komt er op neer dat [verweerster] onduidelijk is geweest over de tijdstippen waarop zij de banden op of omstreeks 17 oktober 1995 en in februari 1996 wederom heeft bezien. Die onduidelijkheid werkt bij de beoordeling van de onverwijlheid in haar nadeel. Uit de omstandigheid dat de banden in februari 1996 wederom zijn bekeken volgt dat zij de banden niet goed heeft bekeken toen zij T. ontsloeg. Zij had evenwel direct alles moeten onderzoeken wat onderzocht kon worden nu zij ervan overtuigd was "dat het mis was met bijna alles wat er in deze vestiging gebeurde". Daarom heeft [verweerster] niet zo onverwijld als mogelijk was gehandeld. Op deze gronden oordeelt de Kantonrechter het ontslag nietig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 16248 tot 17150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd | shasum -a 256