Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.
2.23 [Verweerster] heeft andermaal uiteengezet dat haar onderzoek zich concentreerde op T. en dat er op of omstreeks 17 oktober 1995 geen sprake was van een vermoeden ten aanzien van [eiseres] (onder 15). [Verweerster] heeft alle banden in november 1995 bekeken, met uitzondering van de banden met opnamen van de dagen waarop T. niet in de winkel aanwezig was, "én de band met de opname van maandag 2 oktober 1995" (onder 7). In februari 1996 heeft [verweerster] alle videoband(en) bekeken inclusief de opname van 2 oktober 1995; in het weekende van 24 en 25 februari 1996 kwam zij toe aan laatstbedoelde band (onder 8 en 12). Volgens [verweerster] impliceren haar stellingen in prima dat zij deze band niet eerder heeft bekeken (onder 12).(4)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 17907 tot 18664.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd | shasum -a 256