Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

2.26 Voorts heeft [eiseres] gesteld dat [verweerster], door de opname van 2 oktober 1995 bijna 5 maanden te laten liggen en [eiseres] pas op 17 februari 1996 op haar handelen aan te spreken, [eiseres] de kans op een weerwoord heeft ontnomen omdat zij zich na zo lange tijd onmogelijk kan herinneren "waarom zij bij de verkoop van de bewuste portemonnee handelde zoals op de videoband volgens [verweerster] zichtbaar zou zijn". Voor een beëindiging van het dienstverband zou aanleiding kunnen hebben bestaan, maar niet voor een ontslag op staande voet (onder 5 en 6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 19669 tot 20249.