Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.
2.31 De Rechtbank heeft vervolgens overwogen dat [verweerster] niet eerder dan op of omstreeks 24/25 februari 1996, toen zij de video-opname van 2 oktober 1995 had bekeken en voor het eerst bleek van de verduistering, reden had te vermoeden dat [eiseres] zich aan de verduisteringshandeling schuldig had gemaakt. [Eiseres] is op 27 februari 1996 ontslagen. [Verweerster] is dan ook voldoende voortvarend te werk gegaan (rov. 5.5 en 5.6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 21872 tot 22322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd | shasum -a 256