Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.
2.41 De Rechtbank heeft in haar op 23 juni 1999 gewezen eindvonnis geoordeeld dat [verweerster] in haar bewijsopdracht is geslaagd. Omtrent de getoonde videoband van de verkoop van de portemonnee op 2 oktober 1995 overweegt de Rechtbank dat nergens uit blijkt dat [eiseres] het ontvangen geldbedrag, dat zij op dat moment onder zich had, op enig moment aan [verweerster] heeft afgegeven. In beginsel zal het er daarom, volgens de Rechtbank, voor moeten worden gehouden dat [eiseres] dit bedrag heeft verduisterd (rov. 3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 29621 tot 30155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd | shasum -a 256