Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

3.1.2 Deze regel schrijft voor dat indien van een door de werkgever als "dringende reden" voor ontslag aan de werknemer medegedeeld feitencomlex, na betwisting door de werknemer, slechts een gedeelte in rechte komt vast te staan het ontslag niettemin kan gelden als te zijn verleend om een dringende onverwijld meegedeelde reden indien aan een drietal nader omschreven eisen is voldaan. Deze eisen komen er op neer dat a) de wél vaststaande feiten op zich een dringende reden opleveren, b) de werkgever heeft gesteld en aannemelijk is dat hij de werknemer deswege op staande voet zou hebben ontslagen en c) dit voor de werknemer kenbaar was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 33469 tot 34124.