Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.
3.3 Het ligt - ook al ter voorkoming van nutteloze verwijzingen - m.i. in de rede dat de cassatierechter zo nodig zelf de onder 3.1.2 genoemde vraag onder ogen ziet. Meent hij dat er geen redelijke twijfel over kan bestaan dat de werkgever de werknemer sowieso op staande voet zou hebben ontslagen, dan ligt voor de hand om in de bestreden uitspraak aanknopingspunten te zoeken die er op wijzen dat de appèlrechter aldus heeft geoordeeld. Uw Raad is tweemaal aldus tewerk gegaan.(6) Daarbij wordt in het bijzonder gekeken naar de ernst van de gedraging(en) die wél zijn komen vast te staan. Ook speelt een rol of de werknemer de hier bedoelde problematiek in feitelijke aanleg zelf heeft aangekaart.(7)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 34984 tot 35701.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd | shasum -a 256