Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1347.

3.8 Onderdeel 2 komt, met name met een motiveringsklacht, op tegen rov. 5.5 en 5.6 van het tussenvonnis waarin de Rechtbank heeft geoordeeld dat [verweerster] met voldoende voortvarendheid te werk is gegaan en - volgens het onderdeel - dat de arbeidsovereenkomst onverwijld is opgezegd. [Eiseres] vaart uit dat de Rechtbank uit het oog heeft verloren dat de video-opnamen van 2 oktober 1995, op grond van door [verweerster] gemaakte afwegingen, eerst in het weekend van 24 en 25 februari 1996 werden bekeken. Door deze gang van zaken is "de mogelijkheid tot een goed weerwoord" aangetast. Daarom kan, volgens het onderdeel, niet worden gezegd dat de werkgever met voldoende voortvarendheid heeft gehandeld en dat sprake is van een onverwijld gegeven ontslag.(12)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbda7afd9602507084491220ea6038f375fb8dd1bc259d09be53a435c6dc14dd, en de alinea staat in dat document op bytes 37535 tot 38310.