Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2001
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1426.
12. Over de (on)wenselijkheid van reflexwerking van art. 31 (oud) WVW/ art. 185 WVW is veel geschreven. Zie voor een overzicht Losbladige Onrechtmatige Daad, III, aant. 258 (H.A. Bouman). In de doctrine wordt aangenomen dat uitzonderingen mogelijk (moeten) zijn in situaties als door Bloembergen beschreven; de vraag wanneer precies een uitzondering moet gelden wordt evenwel niet eenduidig beantwoord. Zo wordt bijvoorbeeld verdedigd dat - anders dan Bloembergen suggereert - het niet erom gaat of partijen al dan niet verzekerd zijn, maar dat doorslaggevend moet zijn of zij verzekerd behoren te zijn (S.C.J.J. Kortmann, AA 1987, p. 642; T. Hartlief & R.P.J.L. Tjittes, Preadvies Vereniging Burgerlijk Recht (1990), p. 90; Klaassen (diss. 1991), p. 306).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bfa106c4864e2a21f8318bb6771c6072216f0014b9eea6eb208dd22665e30ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bfa106c4864e2a21f8318bb6771c6072216f0014b9eea6eb208dd22665e30ab, en de alinea staat in dat document op bytes 39725 tot 40498.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bfa106c4864e2a21f8318bb6771c6072216f0014b9eea6eb208dd22665e30ab | shasum -a 256