Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2001

Alinea 131 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1429.

Op grond van art. 19, lid 1, AWR is, in de gevallen waarin de belastingwet voldoening van in een tijdvak verschuldigd geworden of afdracht van in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte voorschrijft, de belastingplichtige, onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige, gehouden de belasting binnen één maand na het einde van dat tijdvak overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf6fd2214142957f9c888684f3f3a2bdb96db5b9627e1fa41e4cb06e0e17f0e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf6fd2214142957f9c888684f3f3a2bdb96db5b9627e1fa41e4cb06e0e17f0e8, en de alinea staat in dat document op bytes 30214 tot 30623.