Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

32. Bovendien moet worden opgemerkt dat, zou men aan de uitzonderingsbepaling in art. 7, tweede lid, EVRM en art. 15, tweede lid, IVBPR een ruimere strekking toekennen, dit aanmerkelijke rechtsonzekerheid zou meebrengen. Welke beginselen kunnen gelden als algemeen erkende rechtsbeginselen als aldaar bedoeld staat niet vast en is onderhevig aan ontwikkeling.(43) De bevoegdheid van justitiële autoriteiten om tegen bepaald gedrag op te treden zou komen af te hangen van het antwoord op de vraag of dat gedrag inderdaad moet worden aangemerkt als criminal according to the general principles of law recognized by the community of nations, waarbij die autoriteiten, voorafgaande aan rechterlijke verduidelijking, naar de grenzen van hun bevoegdheid zouden moeten gissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 42883 tot 43667.