Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

37. Het voorgaande overziende meen ik dat zwaarwegende argumenten pleiten voor het standpunt dat het tweede lid van art. 7 EVRM en van art. 15 IVBPR slechts betrekking heeft op feiten als berecht te Neurenberg en te Tokio, te weten oorlogsmisdrijven, crimes against humanity(47) (waaronder genocide) en misdrijven tegen de vrede, en niet tevens op foltering voorzover niet vallende onder die delicten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 45710 tot 46125.