Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

"Tevens eist de met het beginsel [de norm van artikel 7 EVRM en art. 15 IVBPR] beoogde rechtszekerheid van de wetgever, dat deze de strafrechtelijke normen duidelijk en ondubbelzinnig formuleert, en van de strafrechtstoepasser, dat deze die normen restrictief interpreteert. Alleen dan kan worden voorkomen dat een strafrechtelijke vervolging volgt op basis van een rechtsnorm waarvan de betrokkene niet bij voorbaat redelijkerwijs had kunnen of behoeven te weten, dat zijn gedrag daarmee in strijd was. Dergelijke overwegingen gelden op soortgelijke wijze waar het gaat, zoals in casu, om de verplichting tot onderwerping van de schending van strafrechtelijke norm aan extraterritoriale, namelijk universele jurisdictie."(76)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 64549 tot 65288.