Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 176 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

63. Art. 5 VN-Folteringverdrag machtigt tot het vestigen van universele jurisdictie, maar doet dat zonder daaraan terugwerkende kracht te verbinden. Ook al kan, omdat foltering tevoren reeds naar algemeen aanvaarde beginselen strafwaardig werd geacht, art. 4 van het Verdrag, waarbij staten de verplichting op zich hebben genomen om foltering strafbaar te stellen, wellicht als declaratoir worden aangemerkt,(80) datzelfde kan niet worden gezegd van art. 5 van het Verdrag voorzover dat de nieuwe verplichting inhoudt om universele jurisdictie te vestigen en dus een constitutief karakter draagt.(81) Die bepaling heeft dus alleen betrekking op de toekomst;(82) vgl. art. 28 Weens verdragenverdrag (1969), hetwelk luidt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 67872 tot 68606.