Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.
73. Deze volkenrechtelijke bevoegdheid van de staat machtigt de rechter niet om ter zake van crimes against humanity art. 5 Uitvoeringswet folteringverdrag terugwerkend toe te passen. Zoals reeds in verband met het eerste middel opgemerkt geeft art. 94 Grondwet de Nederlandse rechter niet de bevoegdheid om een wetsbepaling buiten toepassing te laten wegens strijd met ongeschreven volkenrecht. Door, op grond van ongeschreven volkenrecht, aan art. 5 Uitvoeringswet folteringverdrag terugwerkende toepassing te geven hoewel de wetgever aan die bepaling geen terugwerkende kracht heeft willen meegeven,(98) overschrijdt de rechter derhalve de grondwettelijke grenzen van zijn bevoegdheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 74081 tot 74782.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915 | shasum -a 256