Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Alinea 204 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.
78. Ter inleiding van deze toelichting zij opgemerkt dat de vooral in Europees-continentale landen bestaande regel(104) dat ook ernstige delicten, zij het na langdurig tijdsverloop, verjaren niet berust op de enkele gedachte dat de door een delict veroorzaakte maatschappelijke onrust in het algemeen door verloop van tijd uitdooft, maar er onder meer ook toe strekt dat verdachten worden gevrijwaard van een proces dat als gevolg van de na lange duur verminderde betrouwbaarheid van herinneringen en verklaringen van getuigen niet meer als fair zou kunnen worden aangemerkt. Vgl. de beschouwingen hieromtrent van Van Dorst,(105) Rüter(106) en Kooijmans,(107) en de opmerking in Noyon/Langemeijer/Remmelink(108) dat na verloop van lange tijd ook de verdediging, in het bijzonder door middel van getuigen, onmogelijk kan worden. Hierdoor dient de verjaring ook ter bescherming van de rechtszekerheid.(109) Jescheck schreef hierover:(110)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 78857 tot 79807.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915 | shasum -a 256