Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Alinea 214 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.
86. Aangezien de bij de Uitvoeringswet folteringverdrag bepaalde verhoging van het strafmaximum tot levenslange gevangenisstraf blijk geeft van een gewijzigd inzicht van de wetgever in de strafwaardigheid van feiten als de onderhavige die vóór de wetswijziging zijn begaan(114) (dat is het geldende criterium voor toepasselijkheid van art. 1, tweede lid, Sr(115)) meen ik, mede in het licht van de wetsgeschiedenis(116) - en met Noyon/Langemeijer/Remmelink(117), Van Dorst(118) en Knigge(119) - dat het voorschrift van art. 1, tweede lid, Sr meebrengt dat dan de voor de verdachte gunstigste bepalingen moeten worden toegepast, niet alleen voor wat betreft het toepasselijke strafmaximum maar ook voor wat betreft de bij art. 70 Sr daarvan afhankelijk gestelde verjaringstermijn.(120)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 84144 tot 84944.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915 | shasum -a 256