Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 237 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

99. Voor het bestaan van een regel van ongeschreven volkenrecht die onverjaarbaarheid van het recht tot strafvordering met betrekking tot foltering voorschrijft zie ik echter onvoldoende aanwijzing. Het VN-Folteringverdrag zelf sluit verjaring niet uit. De UN-Convention on the non-applicability of statutory limitations to war crimes and crimes against humanity(135) strekt zich niet uit tot foltering (behoudens voorzover opleverende een war crime of een crime against humanity); evenmin het Europees Verdrag betreffende de niet-toepasselijkheid van verjaring ter zake van misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven.(136) Het Europees uitleveringsverdrag (met aanvullende protocollen), volgens art. 10 waarvan verjaring een absolute weigeringsgrond oplevert, maakt geen uitzondering voor foltering. Ook recentere uitleveringsverdragen waarbij Nederland partij is, zoals die met de Verenigde Staten, met Canada en met Australië, doen dat niet. Het Statuut van het Permanente Internationale Strafgerechtshof, tenslotte, waarvan art. 29 inhoudt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 91954 tot 93024.