Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 249 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

De UN-Convention on the non-applicability of statutory limitations to war crimes and crimes against humanity (1968) verplicht de aangesloten staten onder meer voor crimes against humanity de verjaring uit te sluiten. Slechts 44 staten hebben die Conventie echter geratificeerd; als belangrijk bezwaar van dat verdrag werd namelijk beschouwd dat reeds verlopen verjaringstermijnen moesten worden heropend.(143) Ook het (nog niet in werking getreden) Europees Verdrag betreffende de niet-toepasselijkheid van verjaring ter zake van misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven (1974) houdt een zodanige verplichting in.(144) Bij art. II van dat verdrag wordt reeds voltooide verjaring wel gerespecteerd; op onverjaarbaarheid van nature wijst dat niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 97266 tot 98038.