Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 282 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

Art. 6 Europees verdrag tot bestrijding van terrorisme,(166) waarbij de deelnemende staten op zich hebben genomen met betrekking tot terroristische daden strafrechtsmacht te vestigen ongeacht de plaats van het feit en de nationaliteit van de verdachte, houdt eveneens de beperking in: 'in the case where the suspected offender is present in its territory'. Datzelfde geldt voor art. 3, tweede lid van de VN-Conventie ter voorkoming van misdrijven tegen internationaal beschermde personen,(167) en voor art. 3, tweede lid, van het Internationaal verdrag tegen het nemen van gijzelaars.(168)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 110072 tot 110674.