Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 289 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

Duitsland kent aan berechting bij verstek in het algemeen reeds een bescheidener plaats toe dan Nederland. § 230, eerste lid, StPO luidt: "Gegen einen ausgebliebenen Angeklagten findet eine Hauptverhandlung nicht statt." § 231a StPO houdt een uitzondering in met betrekking tot personen die door eigen schuld medisch gezien verhandlungsunfähig zijn, en de §§ 232 en 233 StPO houden uitzonderingen in voor delicten waarvoor geen vrijheidsstraf respectievelijk geen vrijheidsstraf van meer dan zes maanden wordt opgelegd. Geen uitzondering geldt voor strafvervolging op grond van het universaliteitsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 112559 tot 113184.