Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 322 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

6 In zijn beschikking van 3 maart 2000 heeft het Hof onder 5.2 voorzover thans van belang overwogen: "Naar het oordeel van het hof moet voorshands worden aangenomen dat Bouterse ten tijde hier van belang in Surinaamse krijgsdienst was (...) zodat hij de hoedanigheid bezat die de Uitvoeringswet Folteringverdrag vereist. Voorts bestaat er een redelijk vermoeden dat de folteringen zijn begaan om de slachtoffers, die van hun vrijheid waren beroofd, vrees aan te jagen, te bestraffen en uit minachting voor hun aanspraken op menselijke waardigheid en/of dat, nog los van de fysieke folteringen, het opzet was gericht op het teweegbrengen van hevige angst of en andere vorm van ernstige geestelijke ontreddering als voormeld."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 123846 tot 124584.