Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Alinea 379 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.
59 Hierbij valt te wijzen op een opmerking van de regering in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet Oorlogsstrafrecht: "De Wetgever kan de toekomst niet volledig overzien. (...) Het is evenwel een eis van behoorlijk beleid voor de wetgever om zoveel doenlijk tijdig de feiten, die men strafbaar gesteld wil zien, en de straffen die men daartegen wil bedreigen, te formuleren. De wetgever mag van het beginsel, dat geen straf mag worden opgelegd dan uit kracht van een aan het strafbare feit voorafgegane wettelijke bepaling, slechts afwijken, indien de nood hem daartoe dwingt." Kamerstukken II, 1950-1951, 2258, nr. 3, blz. 3.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 138118 tot 138796.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915 | shasum -a 256