Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 434 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1471.

112 Wel werd in de wettelijke verjaringsregels ingegrepen bij de Wet van 8 april 1971, Stb. 210. Daarbij werd met betrekking tot onder andere oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid als bedoeld in art. 27a Besluit Buitengewoon Strafrecht, feiten die zich hadden voorgedaan "gedurende den tijd van den huidige oorlog", verjaring uitgesloten. De te dien aanzien tevoren geldende verjaringstermijn kwam daarmee te vervallen. De regering sprak de erkenning uit dat deze ingreep derogeerde aan art. 1, tweede lid, Sr (Kamerstukken II, 1968-1969, 10251, nr. 3, blz. 6). Zie hierover nader Van Dorst, o.c., blz. 141/142; Knigge, o.c., blz. 359/360.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e040e69f24f8fa5259e04ed6de509b017249a07de118addf56bc1eeabed3915, en de alinea staat in dat document op bytes 153238 tot 153907.