Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1559.
2.6 [Verweerder] heeft er voorts op gewezen dat op 11 november 1996 een gesprek heeft plaatsgevonden met Bénetière, volgens [verweerder] "een soort sollicitatieprocedure, ofschoon daar geen reden voor is, gezien de wettelijke regeling in de artikelen 1639 aa en volgende" (blz. 6). Tijdens een vervolggesprek op 22 november 1996 is, volgens [verweerder], door Bénetière aan de orde gesteld dat het dossier van [verweerder] bij Errut verdwenen zou zijn. Voorts was Bénetière gebleken dat [verweerder] bij NMB-Bank op staande voet was ontslagen. [Verweerder] heeft toen gezegd dat hij daarover niet wilde spreken en verwees Bénetière naar zijn advocaat. Bénetière heeft - aldus nog steeds [verweerder] - hem op staande voet ontslagen omdat hij tijdens het eerste gesprek had gelogen over het ontslag bij de bank (blz. 7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407, en de alinea staat in dat document op bytes 9270 tot 10112.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407 | shasum -a 256