Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1559.
4.1.1 Het cassatiemiddel klaagt erover dat de Rechtbank in rov. 3.14 eraan voorbij ziet dat niet alleen de mededelingen van [verweerder] ten tijde van zijn indiensttreding bij Errut reden voor het ontslag op staande voet zijn geweest, maar ook het herhalen van de onjuiste mededelingen ter gelegenheid van de gesprekken in 1996. Indien de Rechtbank deze omstandigheid niet relevant heeft geacht voor de beoordeling van het ontslag op staande voet, dan heeft zij het recht geschonden. Het middel betoogt dat het volharden in het geven van valse inlichtingen, althans een combinatie van genoemde handelingen, een dringende reden in de zin van art. 7:678 BW kan opleveren. 4.1.2 Voorts voert het middel aan dat, indien de Rechtbank het volharden van [verweerder] in het geven van valse inlichtingen wèl aan haar beslissing ten grondslag heeft gelegd, zij onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar gedachtegang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407, en de alinea staat in dat document op bytes 18917 tot 19838.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407 | shasum -a 256