Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1559.

4.12 Weer anders ligt de zaak wanneer sprake is van met de aard der werkzaamheden onverenigbare gedragingen van de werknemer die plaatsvinden ná het aangaan van de arbeidsovereenkomst. De werkgever kón zich daaromtrent niet eerder op de hoogte stellen. De aard van de functie of de omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat het gerechtvaardigd is om daarnaar te vragen. Gaat het om een - naar objectieve maatstaven gemeten - relevante vraag, die redelijkerwijs door de werkgever mag worden gesteld, dan zal de werknemer deze niet onjuist mogen beantwoorden. Doet hij dat toch, dan kan dat - wederom afhankelijk van de omstandigheden - een rechtvaardiging vormen voor een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, al dan niet voorafgegaan door schorsing of voor een ontslag op staande voet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407, en de alinea staat in dat document op bytes 25411 tot 26233.