Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1559.

4.16 Bezien we hetgeen hierboven onder 4.7 - 4.15 is opgemerkt, dan leidt dat tot de volgende slotsom. M.i. mocht Bénetière in de gegeven omstandigheden niet meer vragen naar de reden van zijn ontslag bij NMB. In feite ging het hier immers (zoals is gebleken) om een vraag naar zijn strafrechtelijk verleden, in elk geval om privacy gevoelige feiten. Dat Bénetière dat ook zo zag, blijkt genoegzaam uit de omstandigheid dat zij na de ontwijkende informatie die zij van [verweerder] kreeg een extern onderzoek heeft laten instellen. Aldus tewerk gaande heeft zij m.i. de grenzen van art. 8 EVRM overschreden. Dat geldt in elk geval omdat haar exercitie ten volle valt te herleiden tot de onder 4.10.2 gememoreerde onjuiste rechtsopvatting dat sprake was van een nieuw dienstverband.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407, en de alinea staat in dat document op bytes 28064 tot 28862.