Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1559.
6 Zie nader J.H. Wansink en A.S.J. van Garderen-Groenenveld, Verzwijging bij verzekeringsovereenkomsten (3e dr) blz. 50 e.v. en Scheltema/Mijnssen, Algemeen deel van het schadeverzekeringsrecht (5e dr) nr 3.45. Vgl., met betrekking tot het aspect van art. 8 EVRM, in het bijzonder HR 19 juni 1992, NJ 1993, 487 MMM rov 3.2. Uw Raad heeft de vraag in dit arrest niet onomwonden behoeven te beantwoorden; uit het woordje "reeds" leid ik steun af voor de in de tekst verdedigde opvatting. Het arrest wordt m.i. niet geheel juist weergegeven door Asser-Clausing-Wansink nr 107.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407, en de alinea staat in dat document op bytes 30734 tot 31320.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89da68c2eba8cd44e6a93af4a3b93e88e2663f14958ce5648bb1de868200d407 | shasum -a 256