Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1566.

6. De toelichting op het middel geeft de volgende redenen voor een bevestigend antwoord op deze vraag. Indien de raadsman vanwege een vormverzuim de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of uitsluiting van bewijsmateriaal bepleit, moet de rechter, indien hij dat verweer niet honoreert, daarop uitdrukkelijk beslissen. In NJ 1999, 104 heeft de Hoge Raad beslist dat een redelijke uitleg van art. 359a lid 3 Sv meebrengt dat de rechter die vaststelt dat zich een onherstelbaar vormverzuim heeft voorgedaan, maar tot het oordeel komt dat dit verzuim zonder gevolgen dient te blijven, deze beslissing in zijn vonnis vermeldt en met redenen omkleedt. Bij deze stand van zaken brengt een redelijke uitleg van art. 359a lid 3 mee dat er ook een responsieplicht bestaat, indien de verdediging op grond van aangevoerde vormverzuimen zich niet beroept op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of bewijsuitsluiting, maar om strafvermindering verzoekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef14e46a3ce1c4314c0e6bd091aa7165a736a34eb129925d60f5125d9ac3f1b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef14e46a3ce1c4314c0e6bd091aa7165a736a34eb129925d60f5125d9ac3f1b2, en de alinea staat in dat document op bytes 10424 tot 11405.