Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1571.
10. Voorts is in hetzelfde op 19 december 2000 door de Hoge Raad gewezen arrest te vinden dat de omstandigheid dat degene die de verwensingen uitte zich daarbij onder meer bediende van een woord dat, op zichzelf beschouwd, geenszins als een belediging valt aan te merken, er niet aan in de weg behoeft te staan dat het geheel van de gebezigde woorden, waaronder dat ene ‘neutrale’ woord, wel degelijk strafbare belediging vormt. De samenhang tussen de woorden kan meebrengen dat zij opgevat moeten worden als een aantasting van eer en goede naam. Eerder is al beslist dat het grievende karakter van woorden en handelingen ook kan worden bepaald door de omstandigheden waaronder zij zijn geuit, respectievelijk verricht, vgl. Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van Strafrecht, Titel XVI, Belediging, aant. 7 (suppl. 98).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75c134cb6adae9d5a1df0ece898bec87476480278dc4d70b5b2482607ba32d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75c134cb6adae9d5a1df0ece898bec87476480278dc4d70b5b2482607ba32d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 10995 tot 11837.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/75c134cb6adae9d5a1df0ece898bec87476480278dc4d70b5b2482607ba32d0d | shasum -a 256