Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1571.

19. Uit deze bewijsmiddelen volgt dat verzoekster het gebaar heeft gemaakt terwijl de beide, in de bewezenverklaring genoemde, politiefunctionarissen zich in haar onmiddellijke nabijheid bevonden zodat dit gebaar door hen - en in het bijzonder door de hoofdagent Volkering, in wier richting verzoekster dat gebaar maakte - waargenomen kon worden. Naar ik meen steunen de bewijsmiddelen aldus de bewezenverklaring dat dit gebaar ‘in tegenwoordigheid’ van de twee politiefunctionarissen is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75c134cb6adae9d5a1df0ece898bec87476480278dc4d70b5b2482607ba32d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75c134cb6adae9d5a1df0ece898bec87476480278dc4d70b5b2482607ba32d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 19248 tot 19761.