Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2001

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1694.

39. Het middelonderdeel komt mij gegrond voor. Uit de wet volgt niet dat de Kantonrechter, eenmaal (internationaal) bevoegd zijnde een boedelbeschrijving te bevelen, dat bevel slechts kan geven met betrekking tot de boedelbestanddelen die zich in zijn rechtsgebied (bij internationale bevoegdheid: in Nederland) bevinden. Een zodanige beperking zou ook niet in overeenstemming zijn met het voorschrift dat de bedoelbeschrijving een korte beschrijving van alle tot de boedel behorende goederen en schulden moet bevatten (art. 674 onder 2E Rv), alsmede een opgave van de plaats waar de beschreven zaken zich bevinden, of waarheen zij zijn overgebracht (art. 674 onder 3E Rv). Bovendien leidt de door de Rechtbank toegepaste beperking tot het onwenselijke resultaat dat in gevallen waarin de boedelbestanddelen over verschillende landen verspreid liggen - gevallen die zich bij de toenemende internationalisering van de samenleving steeds vaker zullen voordoen - belanghebbenden genoopt zouden kunnen worden zich in alle landen waar aanwezigheid van boedelbestanddelen vermoed kan worden tot de (rechterlijke) autoriteiten te wenden om de erfgenamen tot boedelbeschrijving te dwingen. Vgl. in een enigszins ander verband HR 24 november 1989, NJ 1992, 404 nt. DWFV.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e63b448d54ce781d3dfb9fe33ebce00ecf32af232442acaf5dfd681c4a7ebc42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e63b448d54ce781d3dfb9fe33ebce00ecf32af232442acaf5dfd681c4a7ebc42, en de alinea staat in dat document op bytes 30042 tot 31316.