Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1747.
2.1. De onteigening - met de daarbij behorende schadeloosstelling - betreft de familie [verweerder]. Moeder [betrokkene D] dreef Medine Market, aanvankelijk alleen en later in firmaverband met haar zoon [betrokkene E]. Zij woonde boven de zaak, met haar zonen [betrokkene E] en [betrokkene F], de echtgenote en de vijf kinderen van [betrokkene F], en later ook haar echtgenoot [verweerder 1] die tevens mede-eigenaar van het pand was. De andere mede-eigenaar [betrokkene C] is een broer van [betrokkene D] en ook de derde mede-eigenaar [betrokkene B] zou familie zijn. Deze twee mede-eigenaren zouden in feite hebben zorggedragen voor de financiering van het pand; hun mede-eigendom zou als een vorm van zekerheid moeten worden gezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e, en de alinea staat in dat document op bytes 9057 tot 9805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e | shasum -a 256