Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1747.

2.2. Het is vanwege deze familieverhoudingen dat de deskundigen - in navolging van de onteigenden en de derde-belanghebbenden - aanvankelijk - in hun rapportage van 22 juni en 28 september 1999 - ervan uitgingen dat het pand in lege en onverhuurde staat zou moeten worden gewaardeerd (de leegwaardevariant). [Verweerder 1] werd in die visie als gebruiker van het geheel aangemerkt. De Gemeente was het daarmee niet eens; zij meende dat het pand in verhuurde staat - met [betrokkene D] als huurster van de bovenwoning en Medine Market als huurster van de benedenverdieping - moest worden gewaardeerd (de huurwaardevariant). De Gemeente vond de Rechtbank aan haar zijde en dus kregen de deskundigen opdracht hun rapport aan te passen. Het aangepaste rapport van 5 januari 2000 behelst dan ook een berekening op basis van de huurwaardevariant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e, en de alinea staat in dat document op bytes 9825 tot 10678.