Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1747.

2.10. In het onteigeningsrecht wordt een concreet schadebegrip gehanteerd. Met dat uitgangspunt heb ik geen moeite. Het gaat om de financiële toestand van de onteigenden en de derde-belanghebbenden zoals deze werkelijk is en niet zoals deze zou moeten zijn. Maar wat nu als deze werkelijkheid op een zodanige manier is ingekleurd door de persoonlijke verhoudingen tussen die onteigenden en derde-belanghebbenden dat hantering van een concreet schadebegrip tot een apert onredelijk resultaat leidt? Mag die subjectieve werkelijkheid ook dan niet worden geobjectiveerd? Ik heb grote moeite met een ontkennend antwoord op die vraag en zou eigenlijk thans zowel Luther als Cicero willen aanroepen, maar volsta met Mörzer Bruyns:(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e, en de alinea staat in dat document op bytes 15193 tot 15935.