Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1747.
2.13. De woninghuur moet naar mijn mening worden geobjectiveerd tot de economische huurwaarde, net zoals dat is gebeurd bij de berekening van de waarde van het pand voor de eigenaren. Daarbij is immers gerekend met een economische huurwaarde van ƒ 20.000 per jaar en niet met de feitelijke huur van ƒ 12.000 per jaar. In de rapportage van de deskundigen is de waarde in lege toestand op 8 maal ƒ 20.000 is ƒ 160.000 getaxeerd en in verhuurde toestand op 7 maal ƒ 20.000 is ƒ 140.000. Zou zijn gerekend met de werkelijk betaalde huur dan zou de waarde in verhuurde toestand 7 maal ƒ 12.000 is ƒ 84.000 hebben bedragen, dus iets meer dan de helft van de leegwaarde, hetgeen natuurlijk nergens op zou slaan en dus ook door niemand is verdedigd. Toch zou een consequente hantering van het concrete schadebegrip tot dit onacceptabele resultaat hebben geleid, zij het dat het bepaalde in art. 40b, lid 2, Ow daaraan in de weg zou hebben gestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e, en de alinea staat in dat document op bytes 17514 tot 18474.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e | shasum -a 256