Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1747.

2.15. Thans is die reden er wel. Vanwege haar familierelatie met de eigenaren betaalde [betrokkene D] een aanmerkelijk te lage huur voor de woning.(5) Het mag dan zo zijn dat zij dat voordeel na de onteigening is kwijtgeraakt omdat zij moest omzien naar een andere woning, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is het niet aanvaardbaar dat de Gemeente haar de gekapitaliseerde waarde van dat op louter persoonlijke gronden terug te voeren voordeel zou moeten vergoeden. Dat [betrokkene D] na de onteigening niet meer in staat is dat voordeel uit te baten, kan dan ook in redelijkheid niet aan de onteigening worden toegerekend maar moet worden toegeschreven aan de omstandigheid dat haar toekomstige huisbaas geen familie zal zijn en haar daarom - anders dan de vorige - wel een zakelijke huur in rekening zal brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e, en de alinea staat in dat document op bytes 19124 tot 19965.