Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1747.

Er is dunkt mij geen enkele reden eventuele schade in aanmerking te nemen, waarvan zeker is dat deze niet wordt geleden, zelfs niet indien die zekerheid pas wordt verkregen na het tijdstip waarop het vonnis tot vervroegde onteigening is ingeschreven. Niet te lijden schade behoeft niet te worden vergoed. De Rechtbank heeft hierbij het oog op niet te maken opslagkosten voor de oven (rov. 34), op de niet te maken kosten die verband houden met een zich niet voordoende tweede verhuizing (rov. 35), de daardoor niet te maken liquidatiekosten van de voorraad (rov. 36) en de niet te lijden stagnatieschade (rov. 43). Terecht heeft de Rechtbank deze posten niet in aanmerking genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feda0d2860848272b2665774bd377e608d8d3f21cdafb2648168cdaad5e8312e, en de alinea staat in dat document op bytes 27461 tot 28155.