Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1759.

34. Voorzover het middel erover klaagt dat het arrest aan nietigheid leidt omdat de in de bewezenverklaring genoemde data de data zijn waarop - volgens bewijsmiddel 9 - de aangiftebiljetten ingevuld en ondertekend zijn terug ontvangen, terwijl inlevering van de biljetten op die data niet is bewezenverklaard, berust het op een onjuiste lezing van de bewezenverklaring. Deze houdt immers in dat verzoekster in de periode van 29 april 1994 tot en met 7 oktober 1994 onjuiste en/of onvolledige aangiften heeft gedaan doordat zij de aangiftebiljetten waarin ten onrechte geen bedrag aan loonbelasting en premie volksverzekeringen was opgegeven bij de Inspecteur der belastingen althans de belastingdienst heeft ingeleverd op 29 april, 13 juni, 24 juni, 22 juli, 20 september en 7 oktober 1994, zijnde de data die in bewijsmiddel 9 worden genoemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c42c83590ef51a6d6dc8549391bc737e7fa1f2b6c8e7986a5a9fac3c46abdcd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c42c83590ef51a6d6dc8549391bc737e7fa1f2b6c8e7986a5a9fac3c46abdcd0, en de alinea staat in dat document op bytes 26743 tot 27599.