Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1760.

12. Nu [A] BV de inhoudingsplichtige is, rijst allereerst de vraag of verzoeker - die als directeur van [A] BV wordt vervolgd ter zake van het opdracht geven tot de door [A] BV gepleegde belastingfraude - zou kunnen meeprofiteren van een eventueel succesvol beroep door [A] BV op art. 68, derde lid (oud), AWR. Die vraag dient mijns inziens bevestigend te worden beantwoord, aangezien [A] BV en haar directeur zo nauw met elkaar verbonden zijn dat indien de rechtspersoon zich met succes kan beroepen op de inkeerbepaling de directeur als opdrachtgever daarvan moet kunnen profiteren (cf. HR 23 april 1996, NJ 1996, 513 m.nt.'tH, Pikmeer I).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adc45eaeca6d9a32a74dc5349f83ea79f29cc7f68bee50478488de0e8ea9b66e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adc45eaeca6d9a32a74dc5349f83ea79f29cc7f68bee50478488de0e8ea9b66e, en de alinea staat in dat document op bytes 12430 tot 13084.