Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1760.
37. De strafbepaling van art. 68, eerste lid aanhef en onder a, AWR (oud) richt zich - voor zover hier van belang - tot degene die een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doet. De in casu bij de belastingwet voorziene aangifte is die van art. 28, eerste lid aanhef en onder d, Wet op de Loonbelasting 1964. De aangifteplicht rust niet op een ieder, maar op de inhoudingsplichtige. Er wordt dus een zekere kwaliteit vereist, een kwaliteit die niet is uitgedrukt in art. 68 AWR (oud), maar in de grondnorm van art. 28 WLb. Met De Hullu zou ik geneigd zijn hier van een impliciet kwaliteitsdelict te spreken (Materieel Strafrecht, 2000, p. 79): de vereiste kwaliteit is niet met zoveel woorden in de delictsomschrijving zelf te lezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adc45eaeca6d9a32a74dc5349f83ea79f29cc7f68bee50478488de0e8ea9b66e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adc45eaeca6d9a32a74dc5349f83ea79f29cc7f68bee50478488de0e8ea9b66e, en de alinea staat in dat document op bytes 28654 tot 29409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/adc45eaeca6d9a32a74dc5349f83ea79f29cc7f68bee50478488de0e8ea9b66e | shasum -a 256